| De dag begon met presentaties van de (Vers)Voko's en andere initiatieven waar de deelnemers actief bij zijn, zie voor een korte beschrijven van de meeste aanwezige groepen, het kopje lokale groepen.
Daarna was er een werkgroep waarin een aantal zaken behandeld werden, de wettelijke structuur, het vinden van leden, contact met boeren, transport en ten slotte aanhaken bij andere initiatieven. Daarnaast was er een discussie over het al dan niet concurreren met een natuurvoedingswinkel. Van elk van deze onderwerpen wordt een kort verslag gedaan.
1. Wettelijke structuur
De grootste vraag die hier naar voren kwam, is of je een probleem kunt hebben met de warenwet. Dit is niet zo wanneer je een gesloten groep bent met leden, maar kan wel probleem geven als je meer een winkel wordt.
2. Het vinden van leden
Het vinden van leden kan op verschillende manieren. Een open dag organiseren waar mensen meteen kunnen bestellen maar ook kunnen proeven van gerechten die gemaakt zijn met de producten kan het voor mensen aantrekkelijk maken. Daarnaast kan een artikel in de buurtkrant helpen en mobiliseren via je eigen netwerk, bijvoorbeeld Transition Town.
In Groningen bestaat er al langer een voko. In de jaren negentig waren er meer leden en was vrijwilligerswerk populairder. Nu zijn er eigenlijk niet genoeg leden en daarom moeten er nieuwe leden gevonden worden.
Naast het vinden van leden is het belangrijk om leden vast te houden. Soms vertrekken leden omdat ze geen tijd meer hebben of omdat er onderlinge conflicten zijn. Het is goed om hier op te letten.
Wat belangrijk is om mensen te werven en vast te houden:
-
enthousiast zijn;
-
persoonlijke contacten aanspreken;
-
taken aantrekkelijk maken en op de ophaaldagen zorgen dat er iemand is die nieuwe geïnteresseerden kan informeren en enthousiasmeren over het voko;
-
flyer maken en verspreiden;
-
zichtbaarheid via een website;
-
voorkom dat je een incrowd groep wordt, blijf vernieuwen;
-
via eetcafe's leden werven.
3. Contact met boeren
Binnen een VersVoko kunnen criteria opgesteld worden waaraan boeren moeten voldoen. Dit is aan de leden zelf om te bepalen in samenspraak. Om op te kunnen starten is het in eerste instantie beter om niet te moeilijke criteria te hanteren, bijvoorbeeld niet perse biologisch gecertificeerd of binnen een straal van 10 kilometer. Als je eenmaal op gang bent kun je eisen strakker proberen te handhaven door bijvoorbeeld een nieuwe boer te zoeken die wel aan de criteria voldoet.
Daarnaast kun je proberen in overleg met boeren ervoor te zorgen dat ze producten telen die het VersVoko graag wil afnemen en op een manier die het VersVoko graag ziet. Dan heb je wel voldoende afzet en continuïteit nodig.
Wanneer ook mensen met een volkstuin groenten leveren, kunnen ook zij met elkaar overleggen wie wat teelt zodat het VersVoko niet plots wordt overspoeld met ee n groente.
Soms hebben boeren minder goede ervaringen met consumenten initiatieven, dan moet je ze terugwinnen door betrouwbaar te zijn door op tijd en volgens afspraak te betalen. Als een boer goede ervaringen heeft opgedaan kan hij mond op mond reclame voor het VersVoko maken.
4. Transport
Binnen het voko moet worden nagedacht over hoe het transport geregeld wordt en kan het slim zijn om gebruik te maken van bestaande kanalen. In Groningen heb je al Puur Noord van de Zaaister waar lokale groente al verzameld wordt. In Noord-Holland is er Udea maar wanneer boeren hieraan leveren, kunnen ze in de problemen komen wanneer ze aan VersVoko leveren. Om boeren een alternatief te bieden, moet de afzet binnen een VersVoko groot genoeg zijn, zodat een boer alsnog voldoende inkomsten kan behalen.
Je kunt ook samenwerken met boerenmarkten, omdat boeren hier toch al groente heen brengen. Als VersVoko kun je het daar dan afhalen en het naar het verzamelpunt brengen. Daar kunnen de leden het dan met de andere producten afhalen.
Sommige boeren bezorgen zelf, hier kan een VersVoko ook gebruik van maken. Dit is meestal alleen het geval wanneer er zoveel besteld wordt dat het voor een boer de moeite waard is om te rijden. Een VersVoko moet in zo'n geval al aardig wat leden hebben.
Omdat de lokale omstandigheden erg verschillend zijn, moet elk VersVoko zelf goed om zich heen kijken en het distributiesysteem kiezen dat het beste past.
5. Aanhaken bij andere initiatieven
Door VersVokos te combineren met andere voedselinitiatieven kun je mensen bij elkaar brengen die op een ander niveau over duurzaamheid nadenken. Als je verschillende activiteiten aanbiedt kun je meerdere soorten mensen aantrekken.
Een ander idee is om scholen te betrekken bij VersVoko's. Veel ouders worden zich bewust van gezonde voeding zodra ze kinderen krijgen. Kinderen kunnen geïnteresseerd raken in natuur en biologische voeding, bijvoorbeeld door het hebben van een schooltuin. Kinderen kunnen zo hun ouders opvoeden. Scholen kunnen een afhaalpunt zijn voor VersVoko, omdat er vaak een algemene ruimte is waar mensen samen kunnen komen. De afhaaldag is dan bijvoorbeeld te combineren met een kinderkookclub zodat kinderen leren hun eigen groenten klaar te maken.
6. Concurrerentie met natuurvoedingswinkels
Uit de discussie volgt dat er weinig concurrentie is met natuurvoedingswinkels, omdat je met VersVoko's een nieuwe doelgroep aanspreekt. Individueel lopen er wel eens mensen over, maar er zijn ook mensen die bij een voko binnenkomen en daarna te druk zijn en naar de winkel overstappen. Door het lidmaatschap van een (Vers)Voko veranderen mensen hun eetpatroon en willen een groter deel van hun dieet biologisch. Voor mensen met een krappere beurs geldt dat ze meer biologisch kunnen eten als ze actief zijn in een (Vers)Voko. Natuurvoedingswinkels hebben meer te vrezen van supermarkten dan van een (Vers)Voko. Je moet proberen om elkaar te versterken. (Vers)Voko kan ook een aanvulling zijn in nieuwe wijken waar nog geen breed aanbod is van winkels, zodat mensen ook daar biologisch kunnen kopen.
|